sluizen

sluizen

maandag 14 mei 2007

Wij blijven aan Herman denken.


Met Herman hebben wij een lid verloren van het soort waarvan je er als vereniging niet genoeg kunt hebben: toegewijd, betrouwbaar, behulpzaam en tamelijk bezeten van schaken. Toen hij 9 jaar geleden bij ons op de club kwam, snapte hij geen hout van het spelletje. Vooral voor de wat zwakkeren onder ons was het dus een buitenkans als we tegen Herman moesten konden wij ook eens van iemand winnen. Zo diende hij een jaar of twee als kop van Jut. En al accepteerde hij de ene nederlaag na de andere met een bewonderenswaardige onverstoorbaarheid, hij nam er geen genoegen mee. Want eerzuchtig was hij ook. Dus besloot hij, samen met Henk de Bruin, om voor het begin van de clubavond voor de senioren, aan te schuiven bij wat jeugdleden die les kregen ter voorbereiding op hun examen voor Stap 2 van het Stappenplan. Hoewel die mogelijkheid nog steeds bestaat, en hoewel er onder de huidige leden menigeen is die er ook beslist baat bij zouden hebben als ze die stap zouden zetten, heeft na Herman niemand meer die kans benut.
Het vraagt ook nogal iets om dat te doen. Zelfkennis, bijvoorbeeld, nederigheid. Herman had die eigenschappen en hij vaarde er wel bij: hij begon te winnen.

Toch duurde het nog geruime tijd voor zijn vorderingen erkend werden. Bij het samenstellen van de OSBO-teams was de laatste aan wie dachten Herman. Pas toen we, door teruglopend ledental, hem wel moesten opstellen, deden we dat. En meteen maakte hij ons tamelijk belachelijk. Want in het jaar dat hij zijn debuut maakte, werd hij meteen de topscorer van het tweede team.

Wat ik in Herman altijd zeer bewonderenswaardig heb gevonden, is dat hij, ook al verloor hij partij na partij, toch het plezier in het schaken niet heeft verloren. Eerder is het tegendeel waar. Geen clubavond sloeg hij over. Altijd bereid om na zijn partij nog even te vluggeren. Er kon geen toernooi aangekondigd worden of Herman meldde zich aan. Doetinchem, Wageningen, Dieren, de persoonlijke OSBO-kampioenschappen, Herman was er bij.

Behalve een enthousiast schaker, hebben we met Herman een enthousiast clublid verloren. Een lid dat niet alleen genoot van de diensten die wij tegen betaling aanbieden, maar altijd bereid was er iets voor terug te doen. Nooit hebben wij tevergeefs een beroep op hem gedaan. Ieder jaar konden wij hem met Koninginnedag van 11.00 – 17.00 uur bezig zien in de hal van het stadhuis. Geen lid zo gek, op twee uitzonderingen na, dat we zo ver kregen. Herman meldde zich al van te voren aan. Ook bij het schoolschaakkampioenschap was elk jaar van de partij. En het is dat er bij een club als de onze niet veel te doen valt, was dat wel het geval geweest, dan had hij zich zeker beschikbaar gesteld. Zo herinner ik me dat er een tijd was dat we met geen mogelijkheid een secretaris konden vinden. Toen duidelijk werd dat er niemand voor het vervullen van deze vacature te porren was, bood Herman zich aan. Voordat wij voorzichtig en omslachtig hier wat tegen in konden brengen, gaf hij zelf al aan dat hij niet de ideale secretaris zou zijn. Gezien zijn doofheid zou de kans groot zijn dat wat hij hoorde niet helemaal zou overeenkomen met wat er gezegd werd. Maar hij zou er het beste van zien te maken.

Zullen we over de dode weer niets dan goeds vertellen? Ach. Herman was niet alleen een ideaal clublid, hij was soms ook behoorlijk lastig. Zijn doofheid was een grote handicap, voor hemzelf maar ook voor ons. Wat je zei hoorde hij niet, of hij begreep het verkeerd. Het maakte hem achterdochtig, kwaad om niets. Diverse malen heb ik hem woedend de speelzaal en ons clublokaal zien uitlopen omdat er op het bord iets gebeurde waar mee hij het niet eens was en wat zijn tegenstander hem niet kon uitleggen. Een keer heeft hij uit woede twee clubavonden overgeslagen. Dan moest er veel en hard gepraat worden om hem weer tot reden te brengen. Waarvoor hij overigens zeer ontvankelijk was. Maar wie die zelf niet doof is had het recht hem dat kwalijk te nemen?

En ben je er niet meer. Vanaf zijn geboorte bleek Herman een tijdbom met zich mee te dragen. Zondag 6 mei is die ontploft. In het jaar dat zijn leven zou moeten beginnen, kwam er abrupt een eind aan. Vanaf vandaag zullen we het zonder je moeten doen. Of dat went? Zo’n kleine club als wij hebben is toch een soort gezin waarin, ik noem waar wat, een dochter door een vrachtwagen is overreden. Je kunt wel doen of je neus bloedt, doen of het verlies op therapeutisch verantwoorde wijze verwerkt is, maar als je ’s avonds gezamenlijk aan tafel gaat, is daar altijd weer die ene stoel die onbezet blijft.

Herman, bedankt voor alles wat je voor ons hebt betekend.

JanR.