sluizen

sluizen

zaterdag 4 maart 2017

DE MEESLEPENDHEID VAN DE KONINGIN
(door Tim Krabbé, AD 2002)

De koningin werd aan het eind van de 15e eeuw uitgevonden. Zij is het beste wat het schaakspel ooit is overkomen - wat eeuwenlang een traag en saai spel was geweest, fleurde op, werd meeslepend en spannend. Die uitvinding was tweeledig; het stuk naast de koning kreeg niet alleen andere rechten, maar ook een nieuwe symboliek. De fers of firsan (Arabisch voor raadsheer) was het zwakste stuk van het bord geweest; een gekortwiekte loper die één veldje schuin mocht. Wat er het eerst was, de rechten of de symboliek, is onbekend - in elk geval werd de nieuwe koningin geboren in de Latijnse wereld waar de Arabieren het schaakspel in de 10e eeuw hadden geïntroduceerd. Misschien hebben, op een goede dag in 1475, twee schakers in een Spaanse herberg tegen elkaar gezegd: 'Wat gaat dit eigenlijk langzaam, zullen we eens een partijtje spelen waarbij die stomme fers recht en schuin over het hele bord kan?' - en maakte deze omtovering van het zwakste stuk tot het sterkste snel furore.
Dat het zo gegaan kan zijn wordt gesuggereerd door de Italiaanse naam van het nieuwe schaak: scacchi alla rabioso, gekkenschaak - de veranderde fers moet ook enige tijd rabioso hebben geheten, een dolle raadsheer. Maar misschien is het andersom gegaan - als de Spaanse koningin de troon naast die van de koning bezette, dan moest misschien ook het schaakstuk naast de koning een koningin zijn. En omdat die echte koningin machtig was, moest ook die schaakkoningin méér kunnen dan dat enkele schuine stapje.
Hoe dan ook, die nieuwe koningin veranderde het hele spel: de pionnen werden door hun nieuwe carrièremogelijkheden ook veel waardevoller, en het scherpe spel dat nu ineens aan het begin van een partij mogelijk was, maakte openingsanalyse nodig. De stap naar het gekkenschaak is cruciaal geweest in de geschiedenis van het spel; zonder de nieuwe koningin zou het schaken nooit de koning der spelen zijn geworden.

Mat in 4; G. Bouma, 1955.

Een fraai voorbeeld van de macht en de reikwijdte van de koningin.
1.Dh1 Dreigt 2.Da8 mat 1...Tf3 Of Lxc4 2.Da8+ La6 3.bxa3 en 4.Dd8 mat. Nu zou Wit na 2.Dxf3 Lxc4 te laat komen, maar: 2.Dh8! Lxc4 De enige verdediging. En nu 3.b4+ axb3 4.Da1 mat; wel de meest onwaarschijnlijke matzet in het diagram. Een schitterend probleem. Niet alleen ziet deze koningin alle hoeken van het bord, maar ook worden er twee zwarte stukken over het 'kritische' veld b3 heen gelokt, om daar beide door de pion te worden afgesloten



Wit aan zet Kapnisis - Vajda, Peristeri 2001

Een offer van het sterkste stuk is altijd iets bijzonders - een van de meest spectaculaire zetten van het jaar 2001 was er een. 

28.Dd7+! Zonder te slaan naar een veld dat door twee paarden gedekt staat. Na 28...P8xd7 29.Txd7+ Te7 30.Txe7+ Dxe7 31.Pxe7 won Wit.




Wit speelt en maakt remise. Korolkov -Mitrofanov, 1957

Een orgie van dame-offers: 1.De5 En niet 1.e7 Dd7 en Wit gaat mat. 1...Da5+ De enige manier om het mat te voorkomen. 2.Kxa5 Kb7 3.Db2+ Ka7 4.Db8+ De enige manier om het mat (met Pd2) te voorkomen. Enzovoort. 4...Kxb8 5.Ka6 e1D 6.g7 Da5+ 7.Kxa5 Kb7 8.g8D e2 9.Da8+ Kxa8 10.Ka6 e1D 11.e7 Da5+ 12. Kxa5 Kb7 13.e8D Pd2 14.Da8+ Kxa8 15.Ka6 Pxc4 16.f6 Pe5 17.f7 Pd7 18. f8D+ Pxf8 19.a5 en Zwart kan het pat niet opheffen: remise. Zes dame-offers, van ieder drie. 

© Tim Krabbé, 2002