Het beste wat het schaakspel is overkomen:
de koningin
Dennis Kahn– 16:01, 25 februari 2017
Schaken is een bordspel dat de oorlog
tussen twee strijdmachten verzinnebeeldt met als doel de gevangenneming van de
vijandige koning.
Maar hoe is het toch gekomen dat uitgerekend een dame, de koningin, het
meest dominante stuk is in het spel, terwijl in het echte leven vrouwen vaak
een ondergeschikte positie innemen?
Het schaakspel, door de Arabieren rond de tiende eeuw naar Europa gebracht,
had oorspronkelijk helemaal geen koningin. Op haar plaats stond een raadsheer
van de koning: de fers of firsan (Arabisch voor raadsheer), het zwakste stuk op
het bord. Het stond naast de koning en mocht één luttel veldje schuin bewegen.
Deze ontwikkeling liep, al of niet
toevallig, parallel met de opkomst van vrouwelijke monarchen in Europa.
Het spel onderging tijdens de late Middeleeuwen een serie innovaties
waarbij de fers het veld ruimde voor de koningin. In de 15de en 16de eeuw kreeg
zij haar definitieve vrijheid om onbeperkt recht en schuin over het hele bord
te bewegen. Deze ontwikkeling liep, al of niet toevallig, parallel met de
opkomst van vrouwelijke monarchen in Europa. Denk aan Isabella I van Castilië,
en Catharina van Aragon, Maria I en Elizabeth I in Engeland. Vrouwen werden de
baas, op meerdere fronten.
De toegenomen bewegingsvrijheid van de koningin, die het schaakspel veel
meer vaart gaf, was ook terug te zien in de taal. Zo was de Italiaanse naam van
het veranderde spel scacchi de la donna: schaak van de koningin. En die
koningin had weer een veelzeggende bijnaam: la donna a la rabiosa (de razende,
dolle, furieuze koningin). Blijkbaar vonden de Italiaanse macho’s het maar
moeilijk te begrijpen dat een dame de macht had op het bord.
Zoals Tim Krabbé jaren geleden schreef, is de koningin het beste wat het
schaakspel ooit is overkomen. Door haar fleurde het aanvankelijk trage en saaie
spel op. Anders gezegd: zonder de koningin zou het schaken nooit de koning der
spelen zijn geworden.